In alles wat ik doe met Sense of Life neem ik mijn verhaal mee. Geen sprookje over ‘ze leefde nog lang en gelukkig’, maar eerder een combinatie van een slechte comedy, thriller en een vleugje drama hier en daar. En met dit verhaal in mijn rugzak, bekijk ik de wereld. Ik kijk, interpreteer en gedraag me op basis van wat ik te denk te zien. Dit gaat razendsnel en hoe sneller ik kijk, hoe minder goed het me lukt om echt waar te nemen.
Mijn ogen registreren van alles. Mensen die voorbij lopen, gezichten die lachen, lichamen die strak en verzorgd ogen. Mannen met ontblote bovenlijven en gebruinde torso’s in de sportschool, vrouwen met gelakte nagels en gepolijste gezichten op kantoren. Alles goed voor elkaar. Alles lijkt kloppend, glad, gecontroleerd. En zonder dat ik het doorheb, vorm ik een beeld. Een oordeel zelfs. Alsof wat ik zie, ook is wat er is.
Maar dat is het zelden. Zelden zie ik zomaar het echte verhaal.
Kijken is oppervlakkig. Het is snel, efficiënt, bijna automatisch. Het helpt me navigeren door de wereld zonder te veel stil te hoeven staan. Maar juist daarin schuilt ook het probleem: kijken stelt me gerust. Het geeft me het gevoel dat ik snap wat er voor me staat, terwijl ik in ‘t echie alleen maar de buitenste laag zie.
Waarnemen is totaal iets anders
Om iets of iemand echt waar te nemen moet je vertragen. Met aandacht en nieuwsgierigheid waarnemen. Bereid zijn om verder te kijken dan wat iemand laat zien. Het zit in de kleine signalen die makkelijk te missen zijn als je haast hebt. De spanning van een kaak, trillend ooglid of een ademhaling die hoog zit en snel gaat. Signalen waarmee je lichaam iets probeert te zeggen waar (nog) geen woorden voor zijn. Dat zijn geen toevalligheden. Dat zijn verhalen. De verhalen die ertoe doen, die kunnen raken. En dat maakt het ook moeilijker om afstand te houden.
Het confronteert me niet alleen met de ander, maar ook met mezelf. Want ik speel(de) hetzelfde spel. Ik laat zien wat toonbaar is. Ik glimlach wanneer dat verwacht wordt. Ik presenteer een versie van mezelf die ‘klopt’ aan de buitenkant. Alleen wat ik aan de buitenkant laat zien, klopt lang niet altijd aan de binnenkant. Maar het laten zien van die binnenkant is spannend. Kwetsbaar. En dus begrijp ik ook waarom we vaak blijven hangen in kijken. Het is veiliger. Minder ingewikkeld. Het houdt alles overzichtelijk en beheersbaar.
En het kost ook iets.
Want hierdoor mis ik verbindingen. Ontmoetingen. Verhalen. Die ontstaan niet zomaar aan de oppervlakte. Maar juist in die binnenwereld, soms diep verscholen. Verhalen die mooi, lelijk, klote of verdrietig zijn. Soms kort, vaak lang en allesomvattend. Met en door die verhalen kunnen we ons verbinden. En die verbinding begint (ook) bij het waarnemen van alles wat er beweegt.
Waarnemen is geen trucje. Het is een keuze.
Een keuze om langzamer te gaan. Om minder snel te oordelen. Om ruimte te maken voor wat zich niet meteen laat zien. En misschien wel de moeilijkste: om ook naar binnen te kijken met dezelfde eerlijkheid. En dat geldt zeker ook voor mij.